Geen belasting betalen, hoe doen multinationals dat toch?

De geschatte leestijd voor dit artikel: 2 minuten

Onlangs was in de media diverse keren te lezen, dat multinationals met een hoofkantoor in Nederland geen of weinig belasting (vennootschapsbelasting) afdragen. Ik kan mij goed voorstellen, dat vooral een directeur/ondernemer van/met een MKB-onderneming zich afvraagt: “maar hoe dan?”. Welnu, voor hem of haar zal ik proberen de weg naar geen of weinig belastingafdracht van een multinational inzichtelijk te maken.

Aan de hand van de volgende aftrekposten betaalt, bijvoorbeeld Shell, geen belasting:

1. aftrek van hoofdkantoorkosten;

2. aftrek van liquidatie (staking) verliezen;

3. aftrek van rente op leningen.

Hoofdkantoor

Eenieder snapt, dat de kosten van een hoofdkantoor in Nederland de belastbare winst in Nederland verlagen. Echter schrijven OESO-verrekenprijsrichtlijnen voor, dat de hoofdkantoorkosten moeten worden doorbelast aan de dochtervennootschappen als er sprake is van diensten ten behoeve van de dochter. U moet hierbij bijvoorbeeld denken aan administratie- of marketingkosten. Hierdoor ontstaat een bate tegenover de doorbelaste kosten. De mate van doorbelasten is natuurlijk per multinational verschillend. Maar doen multinationals dit ook?

U als ondernemer hebt uw belastingadviseur of accountant vast wel eens iets horen zeggen over het “at arms-length beginsel”. Op basis van dit wetsartikel dient bij intern doorbelaste leveringen of diensten (bijvoorbeeld moeder – dochter) sprake te zijn van een reële prijs. OESO heeft hiervoor richtlijnen uitgebracht.  Nederland volgt de OESO-verrekenprijsrichtlijnen voor hoofdkantoren. Volgens OESO dienen de kosten te worden doorbelast met een opslag van 5%. Nederland biedt multinationals echter de mogelijkheid om de kosten tegen 0% te belasten. ‘Waarom?’, hoor ik u zeggen. Tsja, dat is ook mij een raadsel.

Liquidatieverliezen

De liquidatieverliesregeling is al tijden een punt van discussie. In bijvoorbeeld onze Tweede Kamer is er al vaker over gediscussieerd. Vooral het kunnen aftrekken van een liquidatieverlies van een buitenlandse dochtervennootschap is een onderwerp van discussie. De vraag die vaak op tafel lag was: “is het fair dat buitenlandse verliezen in Nederland verrekend kunnen worden?”. De bate blijft immers op grond van de deelnemingsvrijstelling buiten de Nederlandse heffing. Concreet: Nederland verstrekt een aftrek van 25%, maar ontvangt o% over de winst. Of dit genereus is, mag u zelf bepalen.

We kennen in Nederland de zogenaamde carry-forwardtermijn van 9 jaren. Dit is u als ondernemer vast niet geheel onbekend. Maar liquidatieverliezen kunnen zeer eenvoudig oneindig worden uitgesteld. Hoe? Welnu, het aftrekmoment sluit aan bij de vereffeningsprocedure. In een situatie waarbij de moedervennootschap alle aandelen van de dochtervennootschap in handen heeft, kan ze de laatste vereffeningshandeling geheel zelf bepalen. In casus oneindig.

Rente op leningen

De aftrek van rentekosten op leningen, die zijn opgenomen voor het financieren van kapitaalstortingen of aankopen van buitenlandse dochtervennootschappen, zijn per 1-1-2019 op grond van de zogenaamde earningsstrippingsmaatregel al flink ingeperkt tot 30% van het brutobedrijfsresultaat. Niettemin is het percentage relatief gezien laag, toch hebben we het hier over ondernemingen met een behoorlijk omvang. In absolute getallen hebben we het nog steeds over een groot bedrag.

Als onze Tweede Kamer weer eens bestuurders van multinationals op het matje roept, is het mijns inziens verstandig, dat ze eerst eens bij zichzelf te rade gaan. Immers politiek Den Haag maakt de wetten. Multinationals maken gebruik van de wettelijke kansen die hun worden aangeboden en adviseurs, waaronder ikzelf, koppen de fiscale voorzetten maar al te graag in. Mijn motto is dan ook: “alles is aftrekbaar, tenzij”.

Ron Meijer RBc

Bovenstaande is geschreven met behulp van de volgende bronnen en wetsartikelen:

Over de auteur

Ron Meijer

Twitter

Ron Meijer is zelfstandig belastingadviseur bij Adrome Fiscaal & Blauwe Vrijdag, auteur bij Wolters Kluwer, columnist voor Het Ondernemersbelang en lid van Register Belastingadviseurs. Ron’s motto is: “Alles is aftrekbaar, tenzij..."