investeren? En de aftrek dan?

Investeringsaftrek

De ondernemer die in bedrijfsmiddelen investeert kan (naast de afschrijvingen) soms een deel van het investeringsbedrag aftrekken van de winst. Dit heet de investeringsaftrek.

Deze aftrek is een verzamelnaam voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek.

1. Voorwaarden investeringsaftrek
Als een ondernemer tussen € 2.300 en € 312.176 in bedrijfsmiddelen voor de onderneming investeert, dan kan de ondernemer voor de kleinschaligheidsaftrek in aanmerking komen. Dit houdt in dat een deel van het bedrag van de winst afgetrokken mag worden. Voorwaarde hiervoor is dat de bedrijfsmiddelen waarin geïnvesteerd wordt, in aanmerking moeten komen voor investeringsaftrek. Als het bedrijfsmiddel niet in het jaar van investering in gebruik genomen wordt, dan kan een bepaald deel van de investeringsaftrek doorgeschoven worden naar een volgend tijdvak.
Naast kleinschaligheidsinvesteringsaftrek kan een ondernemer ook in aanmerking komen voor de energie-investeringsaftrek (EIA) of milieu-investeringsaftrek (MIA). Deze worden op specifieke investeringen boven € 2.500 (2017) verleend.

2. Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
Investeren houdt in dat men verplichtingen aangaat voor de aanschaf van een bedrijfsmiddel. Hieronder wordt ook het maken van voortbrengingskosten voor een bedrijfsmiddel verstaan. Men kan in aanmerking komen voor de KIA als aan de voorwaarden voor de investeringsaftrek is voldaan. Dit houdt onder andere een investering voor een bedrag tussen de € 2.300 en € 312.176 in.
Samenloop aanschafkosten en herinvesteringsreserve
Aanschafkosten en herinvesteringsreserve kunnen samenlopen. Bij gebruikmaking van de herinvesteringsreserve hoort de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek verleend te worden over het met de herinvesteringsreserve verminderde investeringsbedrag. Bij de bepaling van het investeringsbedrag waarover kleinschaligheidsinvesteringsaftrek berekend wordt, kan afboeking van een herinvesteringsreserve onder bepaalde voorwaarden toch buiten beschouwing gelaten worden. Als van deze regeling gebruik wordt gemaakt, dan werkt het hogere investeringsbedrag door in de bepaling van het percentage van de KIA.

Onderhoudskosten
Kosten van verbetering van een bedrijfsmiddel komen wel in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Dit in tegenstelling tot kosten van onderhoud die gelijk van de winst worden afgetrokken.

“Een website kan onder voorwaarden ook een investering zijn. Hierdoor is er misschien recht op de KIA van bijvoorbeeld 28%!”

Uitgesloten verplichtingen en uitgesloten bedrijfsmiddelen
Er bestaat geen recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek bij verplichtingen uit hoofde van de inbreng van een onderneming in een BV of NV. Daarnaast zijn er ook bedrijfsmiddelen die niet voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek in aanmerking komen.

3. Energie-investeringsaftrek (EIA)
Met de EIA (energie-investeringsaftrek) kan een ondernemer 58% van de investeringskosten in energiebesparende technieken of duurzame energie extra aftrekken van de fiscale winst.
Voorwaarden voor de EIA zijn:
het bedrijfsmiddel leidt tot een doelmatiger gebruik van energie;
het bedrijfsmiddel mag nog niet eerder gebruikt zijn;
het bedrijfsmiddel moet op de Energielijst staan;
in sommige gevallen is een bouwvergunning, Wbr-vergunning of een milieuvergunning nodig.
Investeringen kunnen voor zowel de kleinschaligheidsinvestering- als de energie-investeringsaftrek in aanmerking komen. Bij een bedrag aan energie-investeringen in één jaar van boven de € 2.500 bedraagt de energie-investeringsaftrek 55,5%.

4. Milieu-investeringsaftrek (MIA)
De milieu-investeringsaftrek (MIA) geldt voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen die zijn aangewezen op de Milieulijst. Investeringen kunnen voor zowel de KIA als de MIA in aanmerking komen. Als de ondernemer gekozen heeft voor de EIA, dan komt de investering niet tevens in aanmerking voor de MIA.

5. Research en Development Aftrek (RDA)
Zoals aangekondigd in het Belastingplan 2016 is de RDA en de S&O-afdrachtvermindering per 1 januari 2016 samengevoegd. De kosten en uitgaven voor speur- en ontwikkelingswerk (hierna: S&O) die voor 2016 onder de RDA vielen, vallen per 2016 onder het regime van de S&O-afdrachtvermindering.

6. Desinvesteringsbijtelling
Als een bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na het begin van het jaar waarin de investering is gedaan, wordt verkocht, dan moet de investeringsaftrek of een deel daarvan terugbetaald worden. Dit kan door de winst in het jaar van verkoop te verhogen met de desinvesteringsbijtelling en geldt niet als er minder dan € 2.300 aan bedrijfsmiddelen wordt verkocht.
Desinvesteringsbijtelling komt alleen aan de orde als het vervreemde goed in het verleden als bedrijfsmiddel is aangeschaft. Als dit niet zo is dan kan latere vervreemding nooit tot desinvesteringsbijtelling leiden. Dit kan ook niet als bij de aanschaf ten onrechte kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is verleend. Ook wanneer (ten onrechte) kleinschaligheidsinvesteringsaftrek verleend is over een woongedeelte en/of de ondergrond van een bedrijfspand, is bij latere vervreemding nooit desinvesteringsbijtelling over het woongedeelte en/of de ondergrond van toepassing.

 

“Wilt u investeren in uw onderneming? Laat dan geen kans liggen op een substantiële investeringsaftrek”.

Fictieve vervreemdingen
Sommige handelingen die betrekking hebben op een bedrijfsmiddel waarvoor kleinschaligheidsinvesteringsaftrek genoten is, worden met een vervreemding gelijk gesteld en vallen daarom onder de desinvesteringsbijtelling. Deze vervreemdingen heten ‘fictieve vervreemdingen’.

Limiet desinvesteringsbijtelling
De desinvesteringsbijtelling wordt over de overdrachtsprijs berekend. Dit mag maximaal over het investeringsbedrag waarvoor investeringsaftrek in aanmerking genomen is. Als er een goed onttrokken wordt aan de onderneming, dan wordt de overdrachtsprijs op de waarde in het economisch verkeer gesteld. Bij annulering van een bestelling, onvoldoende aanbetaling en te late ingebruikneming geldt het oorspronkelijke investeringsbedrag als overdrachtsprijs.

Berekening
Voor de berekening van de desinvesteringsbijtelling geldt het volgende:
Als de verkoopprijs lager is dan de aanschafwaarde, is de bijtelling een percentage van de verkoopprijs. Het gaat om het percentage dat ook in het jaar van aanschaf voor de investeringsaftrek is toegepast;
Als de verkoopprijs hoger is dan de aanschafwaarde, is de bijtelling gelijk aan het bedrag dat aan investeringsaftrek voor het bedrijfsmiddel is afgetrokken in het jaar van aankoop.

Voorbeeld
Ondernemer X schaft in 2010 een bedrijfsmiddel aan voor € 30.000. De investeringsaftrek bedraagt dan: 28% van € 30.000 = € 8.400.
In 2012 verkoopt de ondernemer het bedrijfsmiddel voor € 20.000. De desinvesteringsbijtelling bedraagt dan: 28% x € 20.000 = € 5.600.

Vragen
Wilt u investeren in uw onderneming? Laat dan geen kans liggen op een substantiële investeringsaftrek. Neem vrijblijvend contract op om voor u fiscaal de voordeligste keuze te maken. Ik help u graag!

image

Ron Meijer RBc

Over de auteur

Ron Meijer

Ron Meijer is zelfstandig belastingadviseur bij Adrome Fiscaal, auteur bij Wolters Kluwer en lid van Register Belastingadviseurs. Ron’s motto is: “Alles is aftrekbaar, tenzij..."