Vouchers en kortingskaarten btw?

Vouchers, cadeaubonnen, kortingskaarten hoe zit het met de btw?

De geschatte leestijd voor dit artikel: 8 minuten

Zegelsystemen worden door ondernemers ingezet in het kader van klantenbinding. Met deze zegels wordt een korting gegeven op goederen of diensten of worden er gratis goederen of diensten verstrekt. Voor het verstrekken van zegels, waardebonnen e.d. geldt een bijzondere regeling. Deze regeling is gebaseerd op art. 39 OB en is uitgewerkt in art. 20 en art. 21 Uitv.besl. OB.

Kort gezegd houdt zij in dat de ondernemer over de totale vergoeding btw is verschuldigd (aldus inclusief het aan de zegels toerekenbare gedeelte). Vervolgens mag de ondernemer, op het moment waarop de zegels worden ingewisseld een vermindering toepassen, art. 20 Uitv.besl. OB. Hetzelfde geldt voor het meerdere dat wordt uitgekeerd op door klanten tegen betaling verworven zegels. Bij gratis zegels die inwisselbaar zijn tegen goederen hoeft ter zake van de gratis verstrekking van de goederen geen btw te worden berekend. Indien de klanten een bedrag moeten bijbetalen, wordt alleen over de bijbetaling btw berekend, art. 21 Uitv.besl. OB. De staatssecretaris heeft deze bepalingen nader toegelicht in MvF 5 november 2001, nr. CPP2001/2160M (BTW-197). Over de regeling voor zegelsystemen wordt overleg gevoerd met de branche, maar dit heeft (nog) niet geleid tot wijziging van de regeling.

De regeling voor zegelsystemen en waardebonnen is niet van toepassing als een ondernemer bij een aankoop een korting verstrekt voor een volgende aankoop. In die situatie is de ondernemer btw verschuldigd over het in rekening gebrachte of ontvangen bedrag. Bij de volgende levering of dienst is hij btw verschuldigd over het bedrag na aftrek van het kortingsbedrag.

Let op! Als een ondernemer een zegelsysteem hanteert dat afwijkt van de in MvF 5 november 2001, nr. CPP2001/2160M (BTW-197) beschreven systemen, verdient het aanbeveling om de btw-consequenties vooraf af te stemmen met de inspecteur.

Cadeaubonnen

De verkoop en uitgifte van waardepapieren is vrijgesteld van btw, art. 11(1)(i)(2) OB. Dit geldt ook voor de prestaties die zich richten op de (bemiddeling bij de) aanmaak, de afrekening en de verrekening van de cadeaubonnen. Kortingskaarten en -zegels worden niet gezien als waardepapieren (MvF 30 december 1999, nr. VB99/2649). Op het moment dat  de bon wordt ingewisseld voor een artikel is de leverancier regulier btw verschuldigd.

Kortingskaarten

Kaarten die het recht op korting geven bij bepaalde bedrijven kwalificeren niet als cadeaubon omdat de kaart geen nominale waarde heeft en niet inwisselbaar is voor geld of producten, HvJ 12 juni 2014, nr. C-461/12.

Bij een voucher verkrijgt een consument het recht om tegen inlevering daarvan een levering of dienst te verkrijgen. Binnen Europa zijn problemen gerezen met betrekking tot telefoonkaarten (prepaidkaarten). Dit betreft de plaats van dienst. Wordt de dienst verricht aan de distributeur van de kaarten of aan de uiteindelijke consument? Door middel van deze systematiek kan btw-planning plaatsvinden, omdat verschillende EU-landen deze problematiek verschillend behandelen. Op Europees niveau wordt nagedacht over harmonisering van deze systematiek. Zie R.A. Wolf,  ‘Vouchers: een btw-fenomeen an sich’ in NTFR Beschouwingen, juli 2012/28, p. 17.

Belanghebbende verkoopt kortingskaarten voor restaurants, bioscopen, hotels, sauna’s etc. Hij heeft ter zake een naheffingsaanslag OB gekregen. Hof Den Bosch heeft aan het HvJ de prejudiciële vraag voorgelegd of de uitgifte en verkoop valt onder de vrijstelling voor handelingen inzake waardepapieren, Hof Den Bosch 11 oktober 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BY0552. Na de uitspraak van het HvJ heeft het hof uitspraak gedaan. De verkoop van kaarten die het recht geven op korting bij bepaalde organisaties niet is vrijgesteld van btw-heffing, Hof Den Bosch 2 april 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:1174.

MvF 28 september 2015, BLKB 2015/1158M

Naar aanleiding van het Lebara-arrest (HvJ EU 3 mei 2012, nr. C-520/10) is het besluit uit 1995 in 2013 geactualiseerd. In 2015 is het besluit nog op enkele punten aangepast. Dit besluit geeft een duidelijk overzicht wie btw verschuldigd is, wanneer en waarover.

Telefoonkaarten

Bij telefoonkaarten (waarmee nagenoeg alleen kan worden gebeld en ge-smst) die rechtstreeks van de telecommaatschappij worden gekocht is btw verschuldigd over de nominale waarde.

Als zij via een agent worden verkocht geldt dit als een belaste distributiedienst door de agent. Er is door de telecommaatschappij btw verschuldigd over de nominale waarde en door de agent over de marge.

Als de telefoonkaarten door een distributeur op eigen naam en voor eigen risico worden verkocht, is de telecommaatschappij bij de verkoop aan de distributeur btw verschuldigd over de door de distributeur betaalde prijs en de distributeur weer over de door de gebruiker betaalde prijs.

Multi-purpose kaarten

Bij multi-purpose kaarten (waarmee niet alleen kan worden gebeld maar ook van andere diensten gebruik kan worden gemaakt) die rechtstreeks van de telecommaatschappij worden gekocht, is btw verschuldigd over de feitelijk door haar verrichte diensten. Dus pas bij vermindering van het tegoed is btw over deze vermindering verschuldigd. Als de diensten deels worden verricht door een andere partij (bijvoorbeeld voor een informatiedienst of spelletje), is deze andere partij de btw hierover verschuldigd ook al loopt de betaling via de telecommaatschappij.

De agent of distributeur die op eigen naam en voor eigen risico handelt, verricht slechts een ondersteunende dienst. Er is door de telecommaatschappij btw verschuldigd alsof zij de kaarten zelf heeft verkocht (zie hiervoor) en door de agent/distributeur over de marge.

Abonnementen

Bij telefoonabonnementen, de zogenoemde bel-/sms-/internetbundels die zijn verkocht door de telecommaatschappij zelf, moet over het abonnementsbedrag btw worden afgedragen. Als niet al het bel-/sms-/internettegoed is opgemaakt, bestaat er echter geen recht op btw teruggaaf.

Als er binnen het abonnement ook mogelijkheden zijn om, zonder bijbetaling (zolang de limiet nog niet is overschreden), van diensten van derden gebruik te maken, zijn de telecommaatschappij en de derde partij btw verschuldigd op het moment dat zij de dienst verrichten. Over het vervallen tegoed is geen btw verschuldigd.

De agent of distributeur die op eigen naam en voor eigen risico handelt, verricht slechts een ondersteunende dienst. Er is door de telecommaatschappij btw verschuldigd alsof zij de kaarten zelf heeft verkocht (zie hiervoor) en door de agent/distributeur over zijn marge.

Wijziging btw-richtlijn en wetsontwerp

Op 1 januari 2019 zal de nieuwe btw-richtlijn met betrekking tot vouchers in werking treden. Deze zal van toepassing zijn op vouchers die na 31 december 2018 zijn uitgegeven.

De richtlijn gaat uit van twee soorten vouchers:

  1. 1. Single Purpose Voucher (SPV) > deze worden belast bij uitgifte. Bij deze vouchers is al bij uitgifte bekend waarvoor het gebruikt gaat worden, en daarmee ook het btw-tarief. Hierbij kun je denken aan een bon om vijf keer te kunnen gaan zwemmen in het plaatselijke zwembad.
  2. 2. Multi Purpose Voucher (MPV) > deze wordt belast bij inwisseling. Bij deze voucher is minder specifiek waarvoor het gebruikt gaat worden en is nog onbekend wat het tarief zal zijn. Hierbij kun je denken aan een hotelbon van een hotelketen die in meerdere landen ingewisseld kan worden.

Let op! Ook als er waardebonnen (zegels) worden gespaard die tezamen recht geven op een specifiek product, is er sprake van een MPV. Zij worden namelijk niet uitgegeven als voucher, maar deze ontstaat pas bij het inwisselen. Daardoor kunnen zij nimmer voldoen aan de definitie van een SPV, omdat het daarbij gaat om een voucher op het moment van uitgifte, Besluit van 18 oktober 2018 (aanpassing btw-regeling voor waardebonnen), art. 2.4.

Bij een SPV wordt de btw geheven op het moment van uitgifte. Als er eerst moet worden gespaard voordat er daadwerkelijk een voucher ontstaat, voelt het ook onredelijk om direct bij het geven van de waardebonnen btw te heffen. Het is immers uiterst onzeker of iemand uiteindelijk genoeg waardebonnen bijeen spaart. Logischer is dan aan te sluiten bij het moment van inwisseling zoals bij een MPV.

Kortingsvouchers (vouchers waarbij moet worden bijbetaald) vallen expliciet niet onder de nieuwe richtlijn en de per 1 januari 2019 aangepaste wet. De behandeling van deze kortingsbonnen is neergelegd in art. 21 Uitv.besl. OB, zie hieronder.

De Nederlandse gang van zaken ten aanzien van telefoonkaarten is reeds in overeenstemming met de gewijzigde richtlijn.

De Wet OB is met ingang van 1 januari 2019 compliant met de voucherrichtlijn, Wet van 9 maart 2018 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vouchers voor enkelvoudig gebruik en vouchers voor meervoudig gebruik. Distributeurs van vouchers zullen in meer gevallen met heffing van btw worden geconfronteerd. De laatste vorm lijkt meer op een betaalmiddel. Het lijkt erop dat organisaties die vrijgestelde SPV’s verhandelen, geen recht op aftrek zullen hebben.

De redactie van V-N (2018/20.20) doet de volgende voorspelling: “Een voorzichtige inschatting van onze zijde is dat uitgevers van vouchers zoveel mogelijk zullen zorgen dat de ‘instrumenten’ die zij uitgeven voor meervoudig gebruik zijn. Alsdan stelt een btw-ondernemer heffing van btw uit tot het moment van verzilvering van de voucher. Het verdienmodel van vouchers valt en staat immers met de verkochte, maar niet-ingewisselde instrumenten.”

Kortingsbonnen

Ook art. 21 Uitv.besl. OB  wordt met ingang van 1 januari 2019 aangepast, MvF 18 oktober 2018 (aanpassing btw-regeling voor waardebonnen). Deze bepaling ziet in de nieuwe versie op alle waardebonnen die al dan niet gratis worden verstrekt bij de levering van goederen en diensten, en die uitsluitend met bijbetaling kunnen worden ingewisseld tegen goederen of diensten (kortingsbon). Dit is ruimer dan de ‘nieuwe’ wettelijke definitie van voucher; daarbij is immers geen sprake van bijbetaling.

De verstrekking van bedoelde waardebonnen (kortingsbonnen) als zodanig blijft buiten de btw-heffing, ook wanneer daar een vergoeding voor gevraagd wordt. De btw wordt namelijk geheven bij het inwisselen van de waardebonnen. De heffing vindt dan plaats uit hetgeen wordt bijbetaald (ex btw), vermeerderd met het bedrag dat eventueel voor het verkrijgen van de waardebonnen is betaald.

Voorbeeld (uit het besluit )

In dezelfde supermarkt kan de klant ook bij elke €10 aankopen een zegel kopen voor €1. Vijf van deze zegels op een spaarkaart kunnen worden ingewisseld voor een bordspel, onder de voorwaarde dat € 10 wordt bijbetaald. Een klant die voor €50 aankopen doet en besluit vijf waardebonnen te kopen, betaalt dus in totaal €55. De verschuldigde belasting (in dit geval 6%) voor de aankopen wordt echter berekend over €47,17 en bedraagt €2,83. De €5 betaald voor de vijf waardebonnen blijft hier voor de btw dus buiten beschouwing.

Bij inwisseling van de spaarkaart heeft de klant in totaal €15 betaald voor een bordspel: €5 voor de waardebonnen en €10 bijbetaling. De vergoeding voor de levering van dit goed tegen inwisseling van de volle spaarkaart is in dit voorbeeld dus €12,40. De verschuldigde btw (21%) over dit bedrag is €2,60. De €5 betaald voor de vijf waardebonnen wordt hier dus in de btw-heffing betrokken.

Voorbeeld (uit het besluit)

In de supermarkt kan ten slotte ook een pak ijsjes worden gekocht voor €3 (inclusief 6% btw). Op de verpakking zit een (gratis) waardebon van € 1 die alleen gebruikt kan worden voor de aanschaf van eenzelfde pak ijsjes. Bij inwisseling van deze waardebon moet de klant dus altijd €2 bijbetalen. De klant betaalt met betrekking tot de aankoop van het eerste pak ijsjes € 2,83 plus € 0,17 btw. Met betrekking tot het tweede pak ijsjes betaalt hij € 1,89 plus €0,11 btw.

Ron Meijer RBc

Over de auteur

Ron Meijer

Twitter

Ron Meijer is zelfstandig belastingadviseur bij Adrome Fiscaal & Blauwe Vrijdag, auteur bij Wolters Kluwer, columnist voor Het Ondernemersbelang en lid van Register Belastingadviseurs. Ron’s motto is: “Alles is aftrekbaar, tenzij..."