Wanneer is een zakelijk etentje een aftrekpost?

De geschatte leestijd voor dit artikel: 2 minuten

Een ondernemer die kosten maakt voor zijn onderneming moet niet alleen bonnen voor die gemaakte kosten kunnen overleggen maar moet deze aftrekpost ook kunnen onderbouwen waarom de gemaakte kosten zakelijk zijn. Dit bleek onlangs maar weer eens.

De vennoot van een administratie- en belastingadvieskantoor krijgt in 2008 een boekenonderzoek. De aanvaardbaarheid van de IB-aangiften 2003 tot en met 2005 en de btw-aangiften van 1 januari 2003 tot en met 31 maart 2005 wordt onderzocht.

Naar aanleiding van dit boekenonderzoek corrigeert de inspecteur de in de administratie geboekte aftrekpost gebrachte verkoopkosten. Uit de administratie kan niet worden afgeleid in hoeverre deze kosten zakelijk zijn. De IB-aangifte 2004 van de vennoot wordt daarom gecorrigeerd.

Etentje geen aftrekpost?

Voor het hof blijkt dat de opgevoerde verkoopkosten betrekking hebben op uitgaven voor etentje met cliënten. Volgens de inspecteur zijn deze kosten niet zakelijk en hij vindt dat – gezien de omvang van de uitgaven en het aantal keren dat bij dezelfde restaurants wordt gegeten – het overgrote deel van de uitgaven als privé-uitgaven moet worden aangemerkt en een beperkt deel als zakelijke kosten.

Op het zakelijke deel is de aftrekbeperking van toepassing. De vennoot moet daarom de zakelijkheid van de kosten aantonen. Hij geeft aan dat hij regelmatig bij cliënten eet en dit combineert met het uitwisselen van stukken en het voeren van gesprekken met de cliënten alsmede met potentiële cliënten. Daarmee heeft de vennoot volgens het hof de zakelijkheid van de kosten niet aannemelijk gemaakt. Hij heeft op geen enkele wijze gegevens verstrekt omtrent de vraag met wie hij heeft gegeten en wat het zakelijke element van de restaurantbezoeken betrof.

Onderbouwing ontbreekt

Het hof gelooft wel dat de vennoot op zakelijke gronden afspraken heeft gemaakt met potentiële of bestaande cliënten en daarvoor uitgaven heeft gedaan, maar omdat de onderbouwing van het zakelijke karakter ontbreekt, acht het hof niet aannemelijk dat voor het door de vennoot ten laste van het resultaat gebrachte bedrag sprake is van zakelijke uitgaven. De vennoot heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat het aftrekbare bedrag aan dergelijke kosten hoger is dan het door de inspecteur in aanmerking genomen bedrag.

“De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan”

De poging van de vennoot om alsnog de alternatieve regeling voor beperkt aftrekbare kosten (2004: aftrek van 90% van de beperkt aftrekbare kosten) toe te passen, haalt het niet (art. 3.15 lid 5 Wet IB 2001). Dit verzoek had bij de aangifte gedaan moeten worden en daarbij komt dat de vennoot niet aannemelijk heeft gemaakt dat 90% van de kosten van voedsel, drank en genotmiddelen meer bedraagt dan het door de inspecteur in aftrek toegestane bedrag.

Eet u bijvoorbeeld regelmatig buiten de deur?

Net als elke aftrekpost ligt de bewijslast bij de belastingplichtige. Hoe doet u dat dan? U kunt op de kassabon schrijven met wie u hebt afgesproken en wat het onderwerp was. Het is dan aan de inspecteur om te bewijzen dat de kosten niet zakelijk zijn. Aangezien de inspecteur niet bij het etentje aanwezig was, zal hij hierin niet slagen. Niets vermelden is gezien de uitspraak van het Hof niet slim.

Bron: SDU & Hof Den Bosch 12-01-2017, nr. 15/00690 (gepubl. 16-03-2017) (ECLI:NL:GHSHE:2017:79)

 

Over de auteur

Ron Meijer

Twitter

Ron Meijer is zelfstandig belastingadviseur bij Adrome Fiscaal & Blauwe Vrijdag, auteur bij Wolters Kluwer, columnist voor Het Ondernemersbelang en lid van Register Belastingadviseurs. Ron’s motto is: “Alles is aftrekbaar, tenzij..."