Denk om de regels voor het aanvragen van de subsidie voor praktijkleren

Praktijkleren

De geschatte leestijd voor dit artikel: 4 minuten

Het doel van de subsidieregeling praktijkleren is het stimuleren van werkgevers om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. De regeling is vooral gericht op kwetsbare groepen, waar bijvoorbeeld jeugdwerkloosheid voorkomt, en sectoren waarin een tekort aan gekwalificeerd en wetenschappelijk personeel bestaat (met name technische beroepen). Werkgevers kunnen alleen subsidie aanvragen voor het begeleiden van:

• leerlingen die een leer-werktraject in het vmbo volgen;
• deelnemers aan een mbo-opleiding in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL);
• studenten die een hbo-opleiding volgen in de techniek of landbouw en natuurlijke omgeving;
• promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding (toio’s).

Er komen dus minder groepen voor toepassing van de subsidie in aanmerking dan voorheen bij toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs het geval was.

Subsidie
Voor elke praktijkplek die een werkgever beschikbaar stelt, kan een subsidie van maximaal € 2.700 worden ontvangen. Het exacte bedrag wordt bepaald door het beschikbare bedrag voor de van toepassing zijnde categorie te delen door het aantal gerealiseerde praktijk- of werkleerplaatsen dat in aanmerking komt voor subsidie. De subsidie wordt ontvangen naar verhouding van de periode waarin de begeleiding wordt verzorgd. Het is dus niet zo dat de begeleiding het gehele studiejaar hoeft te duren om in aanmerking te komen voor de subsidie. Echter, subsidie kan alleen worden aangevraagd als de deelnemer of student een volledig onderwijsprogramma volgt voor een erkend kwalificerend diploma. De gevolgde opleiding moet ook geregistreerd zijn in het Crebo- of Crohoregister. Een opleiding gericht op alleen het behalen van deelcertificaten kwalificeert dus niet voor de subsidieregeling.

Aanvraag
Werkgevers kunnen de subsidie aanvragen via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl). Via deze portal kan men een digitaal aanvraagformulier invullen. Voor het doen van een aanvraag heeft een werkgever een E-herkenningsmiddel nodig.

Door het invullen van dit aanvraagformulier verklaart de werkgever dat hij beschikt over de juiste (getekende) overeenkomst en dat begeleiding conform deze overeenkomst heeft plaatsgevonden.

“Het formulier moet voor 15 september 17:00 uur na afloop van het studiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden ingevuld. Dient men de aanvraag te laat in, dan komt men niet in aanmerking voor de subsidie voor het voorafgegane studiejaar.”

Administratie
Een werkgever dient per deelnemer/student een administratie bij te houden. Aangezien de sectoren waarvoor de subsidieregeling kan worden toegepast verschillen qua werkwijze en opleidingstrajecten zijn er geen voorschriften opgelegd over het voeren van deze administratie. De RVO gaat er vanuit dat de werkgever in de meeste gevallen al beschikt over de benodigde administratie. Indien de RVO er om vraagt, dient de werkgever de administratie per deelnemer te kunnen overleggen.

In de administratie dient per deelnemer ten minste het volgende aanwezig te zijn:
• een aanwezigheidsregistratie van de deelnemer bij de beroepspraktijkvorming;
• stukken waaruit de begeleiding van de deelnemer kan worden aangetoond; en
• hoe en welke kwalificaties/kwantiteiten ten opzichte van de beroepsvorming zijn behaald.

Daarnaast dient een (praktijkleer)overeenkomst aanwezig te zijn. In deze overeenkomst dienen rechten en verplichtingen van de betrokken partijen te worden vastgelegd.

Daarnaast dient het volgende in de overeenkomst te zijn opgenomen:
• de aanvangs- en einddatum;
• bij vmbo en mbo: het totaal aantal te volgen prak¬tijk¬uren en de verdeling daarvan over de studiejaren;
• een omschrijving van de begeleiding van de deelnemer en de naam van de begeleider;
• leerdoelen en kwalificaties die de deelnemer tijdens de beroepspraktijkvorming dient te behalen en de beoordeling hiervan; en
• de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst kan worden ontbonden.

De overeenkomst dient getekend te zijn door de onderwijsinstelling, het bedrijf en de deelnemer (en indien nodig door het verantwoordelijke kenniscentrum) om geldig te zijn.

Beslissing en uitbetaling
Na 15 september wordt gelijktijdig beslist op alle ingediende aanvragen. Na de beslissing wordt per categorie berekend hoeveel de subsidie per volledig gerealiseerde werk- of praktijkleerplaats bedraagt. Deze beslissing wordt vervolgens vastgelegd in individuele beschikkingen die worden verstuurd naar de werkgevers. Deze beschikkingen worden voor het einde van het jaar verstuurd en bevatten het exacte subsidiebedrag dat wordt uitbetaald. Direct na het versturen van de beschikkingen vindt uitbetaling van de subsidie plaats.

Opleidingsbedrijven
Niet alleen werkgevers, maar ook opleidingsbedrijven komen in aanmerking voor de subsidie. Als opleidingsbedrijf kwalificeren stichtingen of verenigingen zonder winstoogmerk, die als doelstelling hebben het opleiden van vakbekwame medewerkers binnen de technische sector. Aangezien geen winstoogmerk aanwezig is, hebben deze organisaties behoefte aan een eerder betaling.
Aandachtspunten

Resumé
Voor een werkgever die gebruik wil maken van de subsidieregeling praktijkleren is het volgende van belang:
1. inventariseer welke praktijkplekken in de organisatie in aanmerking komen voor subsidie;
2. dien tijdig (uiterlijk op 15 september voor 17:00 uur) een subsidieaanvraag in via www.rvo.nl;
3. zorg voor een volledige administratie per deelnemer.

Vragen
Heeft u vragen omtrent de regeling of wilt u het aanvragen uitbesteden? Neem gerust contract op. Ik help u graag!

image

Ron Meijer RBc

Bron: Min OCW 31-10-2013, Subsidieregeling praktijkleren (Stcrt 2013, 31130) & Sdu.

Over de auteur

Ron Meijer

Twitter

Ron Meijer is zelfstandig belastingadviseur bij Adrome Fiscaal & Blauwe Vrijdag, auteur bij Wolters Kluwer, columnist voor Het Ondernemersbelang en lid van Register Belastingadviseurs. Ron’s motto is: “Alles is aftrekbaar, tenzij..."